Docenten ontwikkelen “eigenzinnige” kwaliteit

Wietske Miedema & Martin Stam, Hogeschool van Amsterdam

De competentiewind waait door onderwijsland. Van de leerwerktrajecten op het VMBO, de tweede fase op HAVO/VWO, de duale trajecten op BVE en HBO tot de roep om een meer op de praktijk aansluitende universiteit blijkt dat het roer ‘om’ is in onderwijsland. De traditionele onderwijsopvatting, waarin de docent en kennisoverdracht centraal staan, lijkt te hebben plaatsgemaakt voor de opvatting dat het vooral gaat om het leerproces van de lerende die actief handelt met kennis en zodoende ‘vaardig’ wordt in het leren en in de toepassing van het geleerde (Buskermolen en Slotman, 2000). “Lijkt te hebben plaatsgemaakt”, schrijven we, want het competentiegericht leren en opleiden mag dan de kern zijn van nieuwe visies op leren en opleiden en daarmee het onderwerp van beleidsstukken en vergaderingen, op onze (onze = de tweedegraads lerarenopleidingen en sociaal agogische opleidingen) werkvloer is het zeker (nog) geen ingeburgerd begrip. In dit artikel presenteren wij het door ons ontwikkeld competentiemodel voor HBO-docenten en beschrijven daarna twee cases waarin met dit model gewerkt is: de Kwaliteitscirkel op de EFA (Educatieve Faculteit Amsterdam) en een Intervisie Project op de SAO (Sociaal Agogische Opleidingen aan de Hogeschool van Amsterdam) en willen wij laten zien dat competentieleren staat of valt met het benutten van de erin opgesloten potentie, namelijk de congruentie die er is tussen de manier waarop studenten en docenten hun professionele competenties (verder) ontwikkelen. Wij besluiten met conclusies ten aanzien van het leren van docenten: wat is er nodig om van de werkplek op de hogeschool ook een leerplek voor docenten te maken?

Naar artikel