Mentorschap: van toevallige passagier naar copiloot?

Katrien Struyven, Vrije Univ. Brussel | Jacky Ieven, KH Limburg | Sanne Vrancken, KULeuven | Hilde Vanvuchelen, CVO LIMLO | Monique D’hertefelt, KH Limburg | Mieke Balcaen & Rita Romont, KH Kempen

Dit onderzoek heeft tot doel via semigestructureerde interviews (N=38) de verwachtingen over de rol van de mentor in de begeleiding en beoordeling van toekomstige leraren tijdens de praktijkstage in kaart te brengen vanuit het perspectief van de mentor en dat van de stagebegeleider. Resultaten geven aan dat mentorschap wordt ingegeven door twee bestaansredenen: ervaring als leerkracht en deskundigheid als begeleider. Beide factoren spelen een rol in de begeleiding en beoordeling die mentoren geven; met vaak onbedoelde effecten voor de evaluatie van de student. Bovendien is er onduidelijkheid over volgende vragen: Wat kenmerkt een goede mentor? Welke begeleiding en beoordeling wordt van hem/haar verwacht? Mentoren zijn momenteel veelal toevallige passagiers op een vlucht die wordt bepaald door het opleidingsinstituut. Een gedeeld opleidingsconcept echter promoveert de mentor tot een deskundig copiloot, die de route mee uitstippelt.

Naar artikel