Vaststellen van didactische bekwaamheid tijdens de LIO-stage

Gerard J.J.M. Straetmans, Saxion Deventer en Cito Arnhem | Erik Roelofs, Cito Arnhem | Marit Peters, Univ. Twente, Onderwijsorg. en Managenment

Toetsen moeten valide scores opleveren. Elke docent kent deze belangrijkste te stellen kwaliteitseis aan onderwijskundige metingen. Maar er ‘iets’ mee doen in de eigen beoordelingspraktijk is een heel ander, lastiger verhaal. Dat geldt zeker als de te meten eigenschap verder reikt dan het memoriseren of begrijpen van kennis, zoals bijvoorbeeld het geval is bij de sinds enkele jaren populaire competenties. In dit artikel wordt voor een cruciale te verwerven competentie in de lerarenopleiding, de didactische bekwaamheid, nagegaan in hoeverre het aannemelijk is dat tegen het einde van de LIO-stage een valide beslissing genomen kan worden over de verwerving van deze competentie. Onderzocht is in hoeverre de beoordelingspraktijk tijdens de LIO-stage tegemoetkomt aan de kwaliteitseisen volgens Kane’s valideringsprocedure. Daartoe hebben 387 LIO’s en 105 stagebegeleiders afkomstig van 18 pabo’s en 59 mentoren van betrokken basisscholen gerespondeerd op schriftelijke vragenlijsten. De resultaten lijken aan te geven dat de beoordelingspraktijk tijdens de LIO-stage op diverse punten zwakheden vertoont die het nemen van valide beslissingen over didactische bekwaamheid in de weg staan.

Naar artikel