Praktijk in de plaats van blauwdruk

Geert Kelchtermans, KU Leuven Centrum voor Onderwijsbeleid, -vernieuwing en Lerarenopleiding

Niet alleen leraren, maar ook de opleiders van die leraren zelf moeten adequaat gevormd en opgeleid worden. Deze stelling kan de jongste tijd op steeds meer bijval rekenen. Zowel in Vlaanderen als in Nederland worden er opleidingsinitiatieven genomen, telkens tegen de achtergrond van bredere inspanningen om de professionaliteit van de lerarenopleiders erkenning te doen krijgen: de beroepsstandaard, het formuleren van de kennisbasis (Attema-Noordewier, Lunenberg, Dengerink, & Korthagen, 2012), het registratieproject in Nederland (zie o.m. Velon, 2012) en het ontwikkelingsprofiel voor lerarenopleiders in Vlaanderen (Velov, 2012). Die bewegingen voor het formaliseren van de beroepsprofessionaliteit werken echter zeer normerend omdat op die manier wordt vastgelegd wat geldt als ‘goed leraren opleiden’. En de beroepsorganisatie claimt daarmee stilzwijgend ook de legitimiteit om dat te mogen vastleggen. Dit heeft verstrekkende gevolgen voor de manier waarop er gedacht wordt over het vormgeven van de opleiding voor lerarenopleiders, maar ook over de professionaliteit zelf van de lerarenopleider.
In dit artikel argumenteer ik dat de gangbare invulling van professionaliteit het resultaat is van een ‘blauwdruk’-benadering. Ik maak daar een reeks kritische bedenkingen bij en stel vervolgens een alternatief voor dat ik omschrijf als een ’praktijkgebaseerde’ benadering.
In één artikel is het niet mogelijk om de hele problematiek van formalisering en institutio-
nalisering van het beroep van lerarenopleider kritisch te bespreken en evenmin de ermee gepaard gaande kwesties van legitimiteit en macht. Daarom kies ik in deze bijdrage voor de kwestie van het opleiden van opleiders om een en ander te concretiseren. In die zin kan deze discussie over het opleiden van lerarenopleiders ook gelezen worden als een exemplarische bijdrage aan het debat over de eigen professionaliteit van de lerarenopleiders. Concreet wil ik dus pleiten voor een praktijkgebaseerde benadering (in plaats van een blauwdrukbenadering), die vertrekt van en een centrale plaats geeft aan concrete opleidingspraktijken (in plaats van contextonafhankelijke individuele kenmerken of competenties). Aansluitend verbind ik deze benadering met de noodzaak van een dialogale en onderzoekende houding en vertaal ik ze in enkele concretere praktijkprincipes: het modelleren, het ritsprincipe en een pedagogiek van het onbehagen.

Naar artikel