Praktijkvoorbeeld I Heterogeniteit

Wat is de betekenis van heterogeniteit voor leren?

Marc van der Laeken en Walter Geerts

De hoofdpersoon in deze video is Binne, docent Aardrijkskunde/maatschappijleer, die lesgeeft aan een VWO-3 klas.

Didiclass: Casus Binne

Inhoud

De casus brengt verschillende inblikjes bij docent Binne. Globaal gaat het hier over de eigen invulling van wat docentschap heet voor Binne. En die is persoonlijk, onderbouwd en krachtig.

We zien Binne aan het werk in een verscheidenheid van situaties; een fout antwoord verbeteren, een gesprek over de Chinese taal, een leerling die gaat emigreren, een leerling die vroeger weg wil. We krijgen te zien hoe Binne de les begint, maar ook hoe hij iemand de klas uit stuurt. we krijgen van Binne zelf te horen hoe hij zijn docentschap opvat, hoe de verscheidenheid in de klas bijvoorbeeld een vanzelfsprekend uitgangspunt is voor zijn lessen aardrijkskunde. Kortom, Binne is een docent uit één stuk.

Lengte

De gehele video duurt ruim 30 minuten (http://protal.rdmc.ou.nl/casusbank/myapp/palet.jsp?leerobject=3062), maar de clips Interview en Controlevragen (samen ongeveer 8 minuten) geven een goed beeld van Binne en zijn wijze van doceren (klik op de foto’s).

clip_image002_004clip_image004

Persoonlijke visie

De casus Binne geeft aanleiding tot tal van reflecties over het docentschap. Allereerst valt zijn persoonlijke visie op het leraarschap op. Het is ondenkbaar – en finaal ook ondoenbaar – niet als persoon voor een groep jongvolwassenen te staan. We onderwijzen minder door wat we zeggen, dan door wie we zijn. Een leraar(opleider) waar zeggen, doen en zijn niet samen gaan (‘congruent zijn’, zeggen we) krijgt het snel heel moeilijk.

Ook voor Binne is wie en wat hij als leraar is onlosmakelijk verbonden met wie hij is als persoon. ‘Ik kan niet anders, ik bén zó’, zegt hij zelf. Binne doet geen dingen omdat de wet of de leraar-bekwaamheidseisen dat van hem zouden vragen, maar eenvoudigweg omdat hij dat zó goed acht. En merkwaardigerwijze zou hij daarmee misschien veel dichter in de buurt komen van wat de leraar-competentielijstjes beogen te bewerkstelligen. Het persoonlijk contact dat Binne met de leerlingen heeft, ‘daarvoor dóe ik het’, komt vooral omdat er primair een persoon voor de klas staat en geen verzamelzakje competenties (terwijl hij toch net uiterst competent is in veel wat hij doet).

De vraag rijst hoe en waar Binne deze persoonlijke visie heeft ontwikkeld? Dragen we als lerarenopleiders daaraan (voldoende) bij? Ook als lerarenopleider zet je jezelf op ‘t spel: wat is jouw persoonlijke visie op je werk als lerarenopleider, hoe komt die tot uitdrukking in je dagelijkse praktijk? En kun je je visie onderbouwen?

Heterogeniteit

Leren kan ontstaan vanuit de verwondering over heterogeniteit. Diversiteit of heterogeniteit zijn geen surpluslaagje voor als eenmaal de basis op orde is. Ze zijn niet de ethische slagroom op een degelijke grootmoederstaart. Het is een evident gegeven, als aangrijpingspunt, passage of uitkomst. Als leraar aardrijkskunde gebruikt Binne op een volstrekt vanzelfsprekende wijze de aanwezige heterogeniteit in de klas. Elke diversiteit geeft aanleiding voor verdere – hier aardrijkskunige – exploratie. Dit is op zich een eenvoudig gegeven, en tal van leraren doen precies zo.

Aan welke aspecten van heterogeniteit besteed Binne aandacht? Heb je als opleider aanvullende suggesties voor hem?

Los nog van de voor de hand liggende vakdidactische uitwerkingen hiervan, komt hier als lerarenopleider dezelfde vraag van congruentie terug: aan welke aspecten van heterogeniteit besteed ik aandacht? Heb ik hier als lerarenopleider bij mijn eigen studenten werkelijk voldoende oog voor? Waardeer en valoriseer ik dit echt, en ben ik zodoende een voorbeeld van wat ik voorhoud?

 

 

Vereniging van Lerarenopleiders